Bosch K-Jetronic Injectie-systeem
Plaats en functie van de componenten


De RS1600i is voorzien van het K-Jetronic injectie-syteem van Bosch. (later ook gebruikt op de MK3 & MK4 XR3i en1.6i)

De K-Jetronic is een mechanisch inspuitsysteem, waarbij de hoeveelheid ingespoten benzine word bepaald door de aangezogen luchthoeveelheid van de motor.
Een deceleratiesysteem zorgt ervoor dat de brandstoftoevoer word afgesloten bij het afremmen op de motor, waardoor het brandstofverbruik gunstig wordt beinvloed.
Bij de RS1600i word de werking van het deceleratiesysteem gesignaleerd door de twee LEDjes in de KM/u-teller (dezelfde LEDjes die bij de overige uitvoeringen van de Escort MK3, optioneel als zuinigheids-indicator dienen)

  1. De verstuivers.
    Elke verstuiver is via een toevoerleiding met een verschildrukklep verbonden (component van de brandstofverdeler) en worden opengestuurd d.m.v de opgebouwde benzinedruk...
    Verstuivers zijn niet te repareren; zij moeten in geval van een defect worden vervangen. (een lekkende verstuiver is over het algemeen het enige defect dat kan optreden)

  2. Thermo-tijdschakelaar.
    De thermo tijdschakelaar zit achterin het inlaatspruitstuk in hetr waterkanaal (bruine stekker), en regelt het al dan niet openen van de koudestartverstuiver (4)...
    De thermotijdschakelaar is voorzien van een bi-metalen strip die bij toenemende motor-temperatuur meer vervormt en daardoor een massacontact opent.
    Via dit contact word de stroomtoevoer naar de koudestartverstuiver (4) geregeld.
    De bi-metalen strip word tevens electrisch verwarmd, waardoor de schakeltemperatuur sneller word bereikt na het starten van de motor..

  3. Gasklepschakelaar.
    De gasklepschakelaar bediend een massacontact, die samen met het toerentalrelais de deceleratieklep (8) bediend...
    Deze zorgt ervoor dat de brandstoftoevoer word afgesloten bij het afremmen op de motor.

  4. Koudestartverstuiver.
    De elektrische koudestartverstuiver (blauwe stekker) wordt via een toevoerleiding vanaf de brandstofverdeler continu op systeemdruk gehouden.
    In de koudestartverstuiver word de benzine via een zeefje nogmaals gefilterd.
    De benzine word vervolgens via een elektrisch bediende magneetklep al dan niet verneveld ingespoten met een systeemdruk van 4.7 Bar.
    De koudestartverstuiver wordt via klem 50 van het startrelais bediend, en het massacontact word geschakeld via de thermo-tijdschakelaar (2).
    Hierdoor word de koudestartvertsuiver alleen geactiveerd bij het draaien van de startmotor (dus bij een startende motor) waneer de motor koud is.

  5. Extra luchtschuif.
    Om tijdens het warmdraaien de hogere wrijvingsverliezen van de koude motor te compenseren, krijgt de motor in deze fase een brandstof-luchtmengsel, dat zo dicht mogelijk bij het stationaire toerental ligt.
    De daarvoor nodige brandstofhoeveelheid wordt door de warmdraairegelaar (6) bepaald...
    De extra lucht krijgt de motor bij gesloten gasklep via de extra-luchtschuif (zwarte stekker).
    Een omloopleiding langs de gasklep wordt door de extra-luchtschuif meer of minder geopend (de extra-luchtschuif staat dus parallel over de gasklep), afhankelijk van de motortemperatuur.
    Bij koude motor is de regelklep van de extra-luchtschuif geopend... Naarmate de motor warmer wordt, wordt de luchtdoorlaat door de schuif geleidelijk gesloten totdat bij het bereiken van de bedrijfstemperatuur geen extra lucht meer nodig is.
    De temperatuurafhankelijke sturing van de extra-luchtschuif gebeurt door een bi-metaal, dat door een elektrische wikkeling wordt verwarmd.

  6. Warmdraairegelaar.
    Zoals beschreven bij de extra-luchtschuif (5), heeft de motor tijdens het warmlopen een rijker mengsel nodig ter compensatie van condensatieverliezen in het spruitstuk en de cilinders... (choke-werking)
    De regeling van de benzine-hoeveelheid gebeurt door de warmdraairegelaar. (grijze stekker)
    De warmdraairegelaar bestaat uit een gegoten huis; op de bovenkant bevind zich de electrische aansluiting en de brandstofaansluitingen naar de verdeler en de retourleiding (via de brandstofverdeler).
    De brandstofaansluitingen hebben verschillende diameters zodat deze niet verwisseld kunnen worden...
    In de warmdraairegelaar zit een bi-metaal, dat door een elektrische wikkeling wordt verwarmd... deze bedient een klep die de brandstofretour-druk regelt.
    De warmdraairegelaar regelt op deze manier de regeldruk, die via een smoring is afgeleid van de systeemdruk...
    Bij een koude motor bedraagt de regeldruk slechts 0.5 Bar waardoor de regelschijf in de barndstofverdeler hoger word gelicht en de verstuivers meer benzine-druk krijgen (hierdoor word het mengsel dus rijker).
    Na het starten van de motor word de verhitting van het bi-metaal ingeschakeld.
    Het bi-metaal word nu warmer, waardoor de regelklep geleidelijk opengestuurd word.
    Wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is gekomen is de regelklep in de warmdraairegelaar geheel geopend, waardoor de regeldruk gelijk is geworden aan de systeemdruk... De regelschijf in de brandstofverdeler word nu niet meer zo hoog worden gelicht als bij een koude motor.
    De mengselverrijking neemt dus continu af tot de bedrijfstemperatuur van de motor is bereikt.
    De verwarming van het bi-metaal gebeurt zowel elektrisch alsook door de motor-warmte...
    Daarom is de warmdraairegelaar op een voor de motortemperatuur karakterestieke plaats gemonteerd; Bij de RS1600i is hiervoor een module gemonteerd (aan de achterkant van het blok) die wordt opgewarmd doordat er koelwater doorheen stroomt.
    Bij de overige Escort modellen met het K-Jetronic systeem zit de warmdraairegelaar op een verbreedde steun van het inlaatspruitstuk (rechts achter het kleppendeksel aan de bovenzijde van het motorblok)

  7. Luchtfilter.
    Het zogenaamde 'paneel-filter' ligt in een behuizing onder de brandstofverdeler...
    Om deze te vervangen, kan de brandstofverdeler worden losgeklikt van het luchtfilterhuis met 4 klemmen.

  8. Deceleratieklep.
    De deceleratieklep (groene stekker) zorgt ervoor dat de brandstoftoevoer word afgesloten wanneer de gasklep gesloten is, terwijl de motor nog meer dan 1630 Rpm draait (bij het afremmen op de motor).
    De deceleratieklep is opgenomen tussen het luchtfilterhuis en de aanzuigslang naar de gasklep...
    Wanneer de deceleratieklep wordt geactiveerd overbrugd deze dus de regelschijf van de brandstofverdeler, waardoor deze terugvalt in de zitting en de injectoren op dat moment gesloten worden omdat de benzinedruk wegvalt.
    De deceleratieklep krijgt spanning via het toerentalrelais* boven de 1630 Rpm, en het massacontact word al dan niet geschakeld via de gasklepschakelaar (3).
    Bij de RS1600i zorgt een extra temperatuursensor in het inlaatspruitstuk (waterkanaal) ervoor dat de gehele deceleratiewerking pas in werking treed wanneer de motor een temperatuur van min.55°C heeft bereikt.

  9. Gasklep.

  10. Deceleratieklep (positie).

  11. Brandstofpomp.
    De elektrische brandstofpomp hangt achter, onder de auto (tussen de achterwiel-draagarmen)...
    Deze zorgt ervoor dat de benzine uit de benzinetank naar de brandstofverdeler word getransporteerd.
    De brandstofpomp wordt door het starten van de motor in bedrijf gesteld door het benzinepomprelais... dit relais word geactiveerd door de impulsen die afkomstig zijn van de ontsteking (parallel aan het toerentellersignaal).
    Zodoende zal de brandstofpomp ten alle tijden uitschakelen wanneer de motor -om wat voor reden dan ook- stilvalt.
    Wanneer de auto op contact wordt gezet (alvorens gestart te worden) activeert het benzinepomprelais de benzinepomp gedurende 1 seconde... Zodoende wordt het systeem op druk gezet.

  12. Drukaccumulator.
    Alvorens de benzine door de brandstofpomp naar de brandstofverdeler word getransporteerd, stroomt deze eerst door de drukaccumulator.
    De taak van de accumulator is het instandhouden van de systeemdruk na het uitschakelen van de motor gedurende een zekere periode.
    Ook stabiliseert de accumulator de benzinedruk, zodat deze ten alle tijde constant is (bijv. bij schommelingen van de benzinepomp bij meer of minder stroomafname).
    De accumulator hangt achter onder de auto, naast de bak van het reservewiel.

  13. Brandstoffilter.
    Na de accumulator stroomt de brandstof door een fijnfilter... Deze hangt in een beugel, aan het luchtfilterhuis.
    Het is een wegwerpfilter met een levensduur van ongeveer 35000 tot 40000 Km.
    De stromingsrichting is met een pijl aangegeven... Bovendien is het filter aan beide zijden van verschillende aansluitschroefdraad voorzien, om verwisseling van de leidingen te voorkomen.

*
Het brandstofpomptrelais zit links onder het dashboard en is Zwart van kleur bij de RS1600i, en Paars van kleur bij de overige Escort modellen met K-Jetronic injectie !
De RS1600i heeft geen toerentalrelais... De functie hiervan wordt geregeld door de ontstekings-ECU.
Bij de overige Escort modellen met K-jetronic injectie zit het toerentalrelais links onder het dashboard (naast het brandstofpomprelais) en is Zwart van kleur !

 

Stationair toerental en CO-percentage afstellen